Opa


Rosa Willem Opa

Rosa en Willem hebben twee oma’s en twee opa’s.

‘Ik vind oma Billy lief’, zegt Rosa.
‘Zij heeft altijd van die lekkere gekleurde snoepjes.’

‘En opa Theo heeft een BMW!’, roept Willem.

‘Bij oma Bob mogen we altijd in het grote bed slapen’, weet Rosa.

‘Maar opa Wim vind ik niet zo lief’, zegt Willem.
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij onder de stenen ligt.’

Dat klopt. Opa Wim is overleden.
Hij ligt in een graf.
Rosa en Willem zijn er wel eens geweest.

Opa ligt naast een mooie boom.
Zijn naam staat op een steen.
En op zijn graf groeien paarse bloemen.

‘Opa Wim is nu een vlinder’,
legt Rosa uit.
‘Ik heb hem een keer gezien bij het graf.
Een mooie, gele vlinder.
Toch, mama?’

‘Dat klopt,’ zegt mama.
‘Opa Wim heeft geen lichaam meer.
We kunnen niet meer met hem praten.
En we kunnen ook geen grapjes meer met hem maken.

Toch is hij nog een beetje bij ons.
Bijvoorbeeld nu.

Als we aan hem denken,
of over hem praten,
dan is het net of hij er weer even is.’

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *